Noem het gerust associatief denken maar voor de rusteloosheid waarmee De Almachtige pastoor ‘Knipperlicht’ zegende  – de arme man kon schouders, hoofd noch ogen twee seconden stilhouden – leek het me wel verstandig feestelijk te bedanken.

Dus, éénmaal gevormd, besloot ik God – die middels een aantal gulle geldgiften van nonkels en tantes kapitalistisch in mij nedergedaald was – meteen ergens op de pechstrook van mijn ziel te parkeren.
Het voorwerp van mijn verlangen was immers van een heel andere orde. En die kwam – dankzij de oogst van mijn catechese + een leeg geschraapt spaarvarkentje – binnen handbereik.
Na weken turen door de etalage van de plaatselijke Hifi-tempel stond mijn besluit vast: deze cassettespeler/recorder van ITT Schaub Lorenz – in de catalogus snoeverig getypeerd als één brok degelijke Duitse High Fidelity – zou de mijne worden.
Dat de mooie oranje knop de doorslaggevende factor was ontkende ik in alle toonaarden.

Volledig platzak diende ik me als beginnend melomaan de eerste maanden noodgewongen te beperken tot het cassetje dat er bij aanschaf bijgeleverd werd.
Dat bleek … roffel … pata … tjing … tjaf … toet … boem! … voornamelijk een verzameling verleidelijke Jazz-muziek te bevatten. (Zie zo, basis gelegd)

Helaas word ik ’s nachts soms bevend wakker; er stond immers ook een liedje of twee van The Les Humphries Singers tussen!
Een cassettebandje héél precies doorspoelen, zonder een flard op te vangen, was onmogelijk …